Zitten
Goed: aktief, paraat:
- Aktieve zithouding met gestrekte rug
Goed:
rustzithouding:
- Lichtgebogen rug
- Achter op de zitting
- Gebruik makend van de rugleuning
Verkeerd:
inactief
- Met sterk gebogen rug
- Voor op de zitten en tegen de rugleuning hangend
- Het hoofd naar voren gestrekt